Historie
In 1910 schreef de Limburgse dichter-schrijver Felix Rutten, over het dorp Sweikhuizen:
Om Sweickhuizen heen hebt ge alles, want de Geleen stroomt langs ‘t bosch, en bosch ligt langs alle hellingen; en over den heuvelkam bloesemt het van de witopwolkende ooftboomen in den bloeitijd; en van de hoogte schouwt gij diep en ver over ’t dal en de bloeiende streek. Al de huizen staan in ’t groen hunner vruchtboomen van tuin en boomgaard, en elk dak ligt er telkens weer lager dan het voorgaande.
Burgemeester Henri Pijls van Schinnen schreef in 1928 over de parel van zijn gemeente:
Eene heerlijke wandeling heeft men vanaf Daneken in de richting van Spaubeek. Aan de linkerzijde verheft zich de grond allengskens tot een bergketen, in wier golvende helling heerlijke boschjes met bouw-, weilanden en boomgaarden elkaar afwisselen. Wanneer de wandelaar in de maanden April en Mei zijne blikken zuidwaarts wendt, dan ziet hij op de helling van het gebergte niets anders dan een zee van witte bloesem, in wier midden een kerktorentje prijkt, dat hem zegt: ‘ hier ligt Sweykhuizen’ .
De Limburgse folklorist Gerhard Krekelberg, de auteur van het Limburgse volkslied, schreef o.a. in 1932 over Sweykhuizen:
Van welke windstreek uit men ’t tracht te bereiken… het ligt overal even schilderachtig. Vooral des zomers, als men van op eenigen afstand den heuvel nadert, waarop het peuterige dorpke zoo idyllisch troont. Wat heerlijk, wat goddelijk is hier de opmarsch naar het lieve kerkje. Ach gij natuurbewonderaar, blik hier toch eens even om u heen, naar dat lieve oord in zonnedroom… den heuvel, waar de scheppende God van al dit wonder woont in Zijn aanminnig heiligdommetje.
Dit zijn enkele anekdoten uit het gedenkboek “Sweykhuizen, dorp op de berg” over de vroegere periode van Sweikhuizen.
Deze lofzang aan dit pittoreske dorp kwam vooral ook door de groei van een bepaalde fruitsoort in Sweikhuizen: de Sjweikeser Rèngelaot. Veel boomgaarden met deze pruimensoort lagen verspreid op de hellingen rond het dorpje. Deze soort is zo bijzonder omdat de voortplanting geschiedt via de “ wortelstek” en niet volgens de meest gebruikelijke methode: de enting op stam.
Volgens de in New York wonende Gelener Prof. Dr. Arthur Schrijnemakers is de kweek van deze pruimensoort ontstaan rond 1820 toen een zekere Jacob Lenaerts naar Sweikhuizen kwam om te gaan werken bij Peter Baggen, in die tijd de grootste fruitteler van het dorp. Zijn kennis van pruimen kweken nam hij mee. Hij wist uit een wilde zure pruimensoort een soort te kweken welke tot de sappigste en fruitigste pruimen van deze streek behoorde. Dat was het begin van de pruimenteelt, die gedurende anderhalve eeuw, grote bekendheid aan Sweikhuizen zou geven.
Joep Boyens (1865-1953) gold in zijn tijd in Sweikhuizen als de grootste autoriteit inzake pruimenteelt. Van hem schijnt ook de benaming Sjweikeser Rèngelaot te stammen. (Bron: Sweykhuizen, dorp op de berg).
Foto Joep Boyens, gefotografeerd aan de rand van het Danikerbos omstreeks 1950.
De teloorgang
Tussen 1960-1970 kwam echter de anti climax. Door de ruilverkavelingen en door de overgang van fruitteelt naar landbouw werd toen een ware kaalslag gepleegd: hele akkers met pruimenbomen en andere hoogstambomen werden met de grond gelijk gemaakt. Rooipremies en uitbreiding van de bouwactiviteiten versnelden de teloorgang van de eens zo beroemde rèngelaot.
En van het zo prachtig beschreven bloeiende landschap rondom Sweikhuizen is niet veel meer overgebleven. Het aantal pruimenbomen is inmiddels geslonken tot enkele tientallen. Bij niet ingrijpen zal over enkele jaren deze boomsoort volledig uit Sweikhuizen zijn verdwenen.
Een nieuwe toekomst voor de “Sjweikeser Rèngelaot”.
Gelukkig zijn er initiatieven genomen de redding van de “ Sjweikeser Rèngelaot “ te verwezenlijken.
Een aantal vrijwilligers heeft reeds in 2000 uit eigener beweging een honderdtal scheuten van de rèngelaot in hun achtertuin geplant.
Op 13 april 2003 werd in het Rector Raevenhuis te Sweikhuizen door enkele initiatiefnemers een oprichtingsvergadering gehouden.
Oprichtingsvergadering op 13 april 2003.
Van links naar rechts: Jeroen Pas, Gerrie Pas, Jos Boyens, Harry van Wijlick, Funs Boyens, Henny Gitmans, Rien IJpelaar, Harrie Meels, Rob Cabo en Martin Boyens.
Er is contact gezocht met Gemeente Schinnen, Natuurmonumenten en het Landschapspark de Graven om deze pruimensoort weer terug te plaatsen waar hij thuis hoort: op de hellingen rondom Sweikhuizen.
Het is voor de initiatiefnemers een uitdaging dit plan te realiseren en zodoende de Sjweikeser Rèngelaot te behouden voor ons nageslacht.
Het plan levert op twee niveaus een meerwaarde:
De fraaie landschappelijke ligging van Sweikhuizen wordt versterkt door een gordel van gebiedseigen fruitbomen.
Er komt een nieuw toeristisch/recreatief element bij in de vorm van wandelroutes tussen de fruitbomen, een plukdag voor de kinderen uit de omgeving en een dorpsfeest met de Rèngelaot pruim als thema.
Wij hopen mensen en instanties enthousiast te kunnen maken mede dit plan te realiseren.
In het nieuwe decennium ontstaat dan weer een authentiek boomgaardlandschap dat Limburg al lang niet meer kent.
Historische kaarten van Sweikhuizen
Hieronder ziet u een aantal historische kaarten van Sweikhuizen. Klik op de kaart voor een vergrootte weergave.
Sweikhuizen anno 1850: |
Sweikhuizen anno 1920: |
Sweikhuizen anno 1989: |
Identiteit Schinnen: Geleen en Schinnen vormen een contrast. Geleen is een industriestad, 50% is wonen en 50% is DSM. |